![]() |
|||
![]() |
|||
![]() |
|||
|
Melk
Een van de meest omstreden voedingsmateries is wellicht het al of niet eten van zuivel of zuivelproducten. Terwijl de concensus groeit dat groenten en fruit meer aan bod moeten komen, dat vlees gerust kan terzijde gelaten worden, dat suiker beter vermeden wordt... houdt Dr. Collin Campbell zich al jaren bezig met het wetenschappelijk onderbouwen van zijn stelling dat de mens veel beter af is zonder melk. Dat de huidige melk gezond is, is pure mythe en het gevolg van zware zuivelpromotie. Wie ooit de film zag : "Diet for a new America", heeft tal van wetenschappelijke staaltjes gezien van wat melk doet in bloed en botten. Om niet te spreken van kaas... Commerciële melk is gewoon één van de volgende vergissingen die de komende tien jaar de wereld uit moet. Zonder melk, geen kanker Dit is een gedurfde uitspraak van de Amerikaanse biochemicus Colin Campbell die zijn stelling hard maakt met een overvloed aan wetenschappelijke evidentie. Hij wijdde bijna zijn hele wetenschappelijke carrière aan het onderzoek van het verband tussen voeding en kanker. Zijn onderzoek bracht hem op terreinen waar andere wetenschappers niet eens durven aan beginnen. Zijn conclusie : 'Stop met het eten van dierlijke producten.' 'Mensen in westerse landen zullen niet blij zijn met mijn boodschap," zegt de Amerikaanse wetenschapper Colin Campbell. "Ze is zo provocerend dat sommigen zich afvragen of ik persoonlijke redenen heb om dit te zeggen. Die heb ik niet." Campbell, was jaren terug in Nederland voor een congres over methoden om betrouwbare informatie te krijgen over wat mensen aan voedingsstoffen opnemen. Hij is de kritische reacties op zijn adviezen gewend, maar wordt er niet warm of koud meer van. “De feiten spreken voor zich”, stelt Campbell, die al jaren verbonden is aan de universiteit van Cornell als professor in de nutritionele biochemie. Samen met veertien internationale topwetenschappers was Colin Campbel auteur van een lijvig rapport over voeding en de preventie van kanker. In 1988 werden hun adviezen tijdens grote publiekscampagnes bekendgemaakt in de VS en Groot-Brittanië. Campbell's radicale standpunt dat je vlees en zuivelproducten moet mijden, werd daarin afgezwakt tot het advies 'Eet zoveel mogelijk plantaardig voedsel'. "De basisboodschap dat je meer fruit, groenten en granen moet nuttigen blijft hetzelfde. Daar sta ik helemaal achter." Volgens Campbell zou zijn dieet het aantal gevallen van kanker aanzienlijk verminderen. Hij spreekt van een daling van dertig tot veertig procent, terwijl sommige vormen van kanker zelfs met negentig procent kunnen worden teruggedrongen. Veel van Cambell's collega's hebben moeite met deze stelligheid. Zij geven echter toe dat er overtuigend bewijs is voor de relatie tussen eetpatroon en kanker. Maar hoe groot het aandeel van de voeding is in vergelijking met andere factoren als erfelijkheid en milieuvervuiling, daar zijn wetenschappers het onderling niet over eens. Nu is het ook zo dat wat Campbell adviseert maatschappelijk niet altijd voor de hand ligt. Het is meer dan zomaar wat meer fruit en groenten eten. Het gaat in de diepte van het eetpatroon, ook daar waar het publiek liever niet aan raakt. Als men zich concentreert op slechts “toevoeging” van meer fruit en groenten, zullen de gevolgen van Campbell’s advies beperkt zijn. Gaat men echter in zijn hele redenering mee, dan zijn de effecten niet te overschatten. Campbell’s studie in China Campbell's mening is door de jaren heen gevormd tijdens laboratoriumonderzoek en na een omvangrijke studie in China, zijn bekendste project. In 1983 startte hij met dit befaamde China-project, samen met een professor uit Oxford en enkele Chinese collega's. "Op zich al een bijzondere gebeurtenis, want in die tijd waren er geen contacten tussen China en de Verenigde Staten. Het onderzoek was gebaseerd op een studie in 2400 Chinese gemeenten. De Chinezen hadden in kaart gebracht hoeveel gevallen van bepaalde soorten kanker er voorkwamen. Per regio zag je enorme verschillen. In het ene gebied dook de ziekte tien tot vierhonderd keer vaker op dan in het andere. Zo'n grote variatie zie je niet in het Westen.” "Wat de onderzoeksomstandigheden ideaal maakte, is het feit dat mensen op het Chinese platteland hun hele leven in dezelfde omgeving blijven wonen en jaar in jaar uit hetzelfde soort voedsel eten, namelijk wat er in hun gebied wordt verbouwd. Daardoor kun je vrij goed bepalen welke voedingsfactoren verantwoordelijk zijn voor die gigantische gezondheidsverschillen. Ik geef toe dat het om een zeer complexe aangelegenheid gaat, want kanker heeft niet één enkele oorzaak. Daarom namen we in 130 dorpen urine- en bloedmonsters, die we op de aanwezigheid van verschillende stoffen controleerden. Vervolgens vroegen we de mensen wat ze de afgelopen drie dagen hadden gegeten. Na acht jaar onderzoek zijn we erin geslaagd alle factoren die volgens ons een rol spelen bij het ontstaan van kanker in een patroon te gieten.” De conclusies van dit onderzoek genoten internationale belangstelling en de vergrote tolerantie tegenover vegetarische voeding in het westen is ongetwijfeld mede daarvan het gevolg. Plantaardige voeding tegen ziekte "Daar kwam iets heel opmerkelijk uit. Hoe meer een dieet op plantaardige producten was gebaseerd, hoe gezonder de mensen waren. Dat gold niet alleen voor kanker, maar ook voor een aantal andere aandoeningen, zoals suikerziekte, hart- en longziekten. Voor mij was deze informatie schokkend, want ik ben opgegroeid op een zuivelbedrijf. Thuis dronk ik altijd melk, maar daar ben ik mee gestopt. Niet dat ik nu onder alle omstandigheden dierlijk voedsel mijd; ik ben geen fanaticus. Als er ergens een congres is waar ze geen vegetarisch menu hebben - en dat overkomt me nogal eens - doe ik niet moeilijk." Nood aan algemene richtlijnen Campbell houdt zich niet bezig met gedetailleerde discussies over de vraag of kip beter is dan biefstuk en of ui of specifieke groenten bescherming bieden tegen maagkanker. Hoewel er met de regelmaat van de klok studies verschijnen die met dergelijke conclusies voor de dag komen, vindt hij dat mensen zich daar niet op moeten blindstaren. Het grote publiek is beter geholpen met algemene richtlijnen over eetgewoonten. Die komen duidelijker over. Zo heeft het publiek een lijn in welke de richting de voeding moet uitgebouwd worden. Zijn bezoek aan Nederland werd natuurlijk met gemengde gevoelens onthaald. Niet alle media besteedden erg veel aandacht aan de boodschap van Campbell of zijn bijdrage op het congres. Dat ligt voor Nederland een zuivelland bij uitstek erg gevoelig. Toch spaarde Campbell voor de Nederlandse bevolking zijn advies niet. "Jullie hebben het hoogste aantal gevallen van borstkanker ter wereld. Een kwestie van voeding." zegt hij. Daarmee elimineerde hij het algemeen aanvaarde argument dat dit komt doordat de Nederlandse vrouwen vrij laat hun eerste kind krijgen. "Dat speelt misschien wel een beetje mee," geeft hij na een korte aarzeling toe, "maar belangrijker is de leeftijd waarop meisjes voor het eerst menstrueren. In China ligt die rond de zeventien jaar. In Nederland is het geloof ik elf of twaalf jaar. Nederlandse vrouwen komen later in de overgang, zo rond hun vijftigste. In China is de gemiddelde leeftijd voor de menopauze 45. Wat Campbell hier vertelt is niet eens nieuw. In veel van onze verzamelde literatuur vinden we veelvuldige verwijzingen naar het vervroegen van de menstruatieleeftijd onder meisjes in de westerse wereld, waar melk, kaas en vlees gewoonlijk door het merendeel der meisjes dagelijks wordt gegeten. "De Nederlandse vrouw is maar liefst negen jaar langer vruchtbaar dan de Chinese. Daardoor is ze aan grotere hoeveelheden oestrogeenhormonen onderhevig, wat een hoger risico geeft op borstkanker. Wat dit nu met jullie eetpatroon te maken heeft ? Door een voeding vol dierlijke eiwitten en vetten vanaf de kindertijd groeien Nederlanders sneller, waardoor de vrouwen meer oestrogenen in hun lichaam hebben en vlugger op hun eerste menstruatie afstevenen.” "Zuivel is vloeibaar vlees. Als de kinderen in Nederland alleen maar plantaardig voedsel zouden eten, dan zouden de meisjes pas rond hun zeventiende hun eerste ongesteldheid meemaken." “Helaas is ook dàn borstkanker de wereld nog niet uit. Want zo werkt het niet”, beseft Campbell maar al te goed. Er zijn nu eenmaal mensen die met een ongezonde leefstijl negentig worden, terwijl iemand die levenslang op voeding en gewicht let toch kanker kan krijgen. "De een is gevoeliger voor een bepaalde ziekte dan de ander. Dat kan met je genen te maken hebben. Waar ik me echter aan erger, is het feit dat sommige artsen doen alsof je genen van allesoverheersende invloed zijn. Het ontdekken van een genetische fout die voor een grotere kans op borstkanker zorgt, is volgens hen een doodvonnis. 'Helaas, niks meer aan te doen, het is nu in de handen van God.' “Ik ben ervan overtuigd dat een goed dieet in zo'n geval wel degelijk de vorming van tumoren kan tegengaan. Toegegeven, ik kan niet met zekerheid zeggen dat je geen kanker krijgt, maar je verlaagt het risico aanzienlijk.” "Onderzoek toont die invloed van voeding ook aan. Zo zie je bij Japanse vrouwen die van hun moederland met een haast vetloos dieet verhuizen naar de VS of Nederland, van een kleine kans naar een grote kans op borstkanker gaan. Omdat ze ook het eetpatroon van deze landen overnemen." Of zijn beweringen wetenschappelijk kloppen, is volgens Campbell al lang de vraag niet meer, omdat kleinere studies van anderen in dezelfde richting wijzen. Belangrijker is hoe je mensen die nu gezond zijn ervan overtuigt dat ze hun westerse eetpatroon overboord moeten gooien. "Het is even wennen, dat heb ik zelf ondervonden. Ik kan alleen maar zeggen dat je een portie wilskracht en een paar goede recepten nodig hebt. De rest komt vanzelf. Je cholesterolgehalte daalt, je verliest overtollig gewicht. Je voelt je gewoon beter." |
|||