Groene Dag
Gezond eten - Groenten en fruit!
Groene Dag Vet-info

De vetbehoefte van het organisme is niet hoog. Deze behoefte wordt gemakkelijk overschreden. Men kan dagelijks een 20-tal noten, of een stuk kokosnoot, of avocado, of enkele olijven en/of 1 eigeel gebruiken. Al deze vetbronnen zijn vetten, gebonden aan hun natuurlijke drager. Een therapeutisch dieet is steeds met een laag vetgehalte. We hebben opgemerkt dat de vetvertering een veeleisende vertering is. Daarom is een vetarme voedingswijze een verlichting van het werk.

  • In natuurlijke vorm, bevatten alle voedingsmiddelen toereikende vetproporties.

  • Bewerkte of ranzige vetten zijn voor het lichaam schadelijk.

  • Verhitte vetten zijn onverteerbaar.

  • De behoefte aan vetten wordt het best gedekt door voeding met een matig vetaandeel.

  • Vetten stellen bij de meeste mensen een groter calorieënaandeel ter beschikking, dan alle andere voedingsbestanddelen samen. De voeding van de meeste mensen in Europa en de V.S bestaat voor 40 % uit vet. De overige 60 % uit koolhydraten en eiwitten.

  • Mensen eten dierprodukten met een hoog vetaandeel, zij mengen hun salade met olie en vettige sausen, besmeren hun brood met boter, margarine of reuzel. Ze eten in snelrestaurants, waar de meeste voeding in vet wordt gebakken. Ze zijn verslingerd op alles wat gefrituurd, gebakken en gebraden is.

  • De moderne mens leeft van de vetten, maar lijdt eronder aan de zwaarste gezondheidsproblemen. De bloedvaten zijn verstopt met een dikke plaque, waarvoor een verhoogde bloeddruk noodzakelijk is om voldoende bloed door het lichaam te pompen.

  • Vet is niet de enige vergissing in onze huidige voeding. Op zich is vet niet slecht, net zo min als koolhydraten of eiwitten slecht zouden zijn. Het hangt er alleen van af hoe men het eet.

  • Vet is voor de menselijke voeding noodzakelijk. Het is aanwezig in ieder levensmiddel dat wij verteren, o.m. in komkommers, watermeloenen en appels. Deze laatsten bevatten zeer kleine vetproporties (0,1 -0,9 %)

  • Om een beoordeling van de vetconsumptie te maken en het nut ervan af te wegen moet men de herkomst van de vetten en de wijze waarop de vetten in de voeding bereid werden, in acht nemen.

  • Vetten zijn koolwaterstoffen en behoren tot de drie grote voedingsstoffen. De andere zijn eiwitten (proteïne) en koolhydraten.

  • Vetten zijn net als de koolhydraten samengesteld uit drie elementen : koolstof, zuurstof en waterstof. Vetten zijn echter duidelijk armer aan zuurstof en rijker aan koolstof en waterstof in vergelijking met koolhydraten.

  • Door het hogere koolstof en waterstofaandeel hebben vetten een groter warmte- of energiepotentieel dan koolhydraten (x2).

  • Vetten, zoals ze in planten voorkomen, ontstaan door water en kooldioxide met de hulp van chlorofyl (bladgroen). Dit gebeurt op een analoge manier als waarop koolhydraten in planten ontstaan.

  • Vetten die in het menselijk evenals in het dierlijke weefsel voorkomen, zijn afkomstig uit twee bronnen:

    • uit vetten die rechtstreeks uit de voeding afkomstig zijn
    • of op grond van het metabolisme van koolhydraten, door omzetting ontstane vetten.

  • De grootste vetreserves in het lichaam, zijn meestal afkomstig uit het koolhydratenmetabolisme.

  • Wat het verteringsmechanisme van de mens betreft, zijn vetten samengesteld uit twee hoofdbestanddelen : glycerine (of glycerol) en vetzuren. Glycerine is de energiebron voor vetten en worden op een bijna gelijke wijze als koolhydraten omgezet. Glycerine wordt in suiker omgezet en kan dan door het lichaam als brandstof gebruikt worden.

  • Vetzuren kunnen het best voorgesteld worden als een aaneenschakeling van waterstof- koolstof en zuurstofatomen. Eenvoudig uitgedrukt : vetzuren zijn in vergelijking met vet, dat wat aminozuren zijn in eiwit.

  • De schakels van de vetzuren vertakkingen waaraan zich de noodzakelijke waterstof-, koolstof- of zuurstofatomen kunnen aansluiten.

  • Hoe meer waterstofatomen zich hierop aansluiten, hoe ‘vaster’ het vet wordt. Het wordt dan als gehydreerd vet in de handel gebracht.

  • Alle vaste plantenvetten zijn ‘gehard’ door dit hydratatieproces. Dit proces wordt toegepast bij de aanmaak van margarine.

  • Wanneer zich zuurstof bindt aan de vetzuurketting, dan wordt het vet ranzig. Het vet oxideert. Al het vet dat aan de lucht blootgesteld wordt, oxideert snel en wordt ranzig.