![]() |
|||
![]() |
|||
![]() |
||||
|
De wolken spelen weer hun spel.
Machtige monumenten van vaarwel. Vullen de lucht, doorpriemd met zonnestralen. 't Is een gevecht en ik vraag me af wie dit zal halen. Het ergste is voorbij, de wolken drijven verder, De lucht wordt blauw en helder. Opeens ontdekt mijn oog een ongelooflijk grote regenboog. Het zwetend landschap krijgt een veelkleurige kroon, over de velden de bossen, die reikt tot Gods troon. Gans het landschap, de Aarde vertelt een verhaal, Waarop de Hemel antwoordt in haar taal. Ik raak niet uitgekeken op dit wondere licht En verlang dat het blijven duren mocht. Het verdwijnt uit het gezicht. Eens te meer is alles in mij weer sneller beginnen te slaan. Een kracht die ik moeilijk kan beheersen, toch voldaan. Ik hef de handen op, terwijl iets van dank ontspringt Het is de hoop, die alle twijfels weer verdringt. Hemel en Aarde zijn weer op hun best geweest, Bevrijd ben ik van alles wat ik heb gevreesd. Dat doet een regenboog, het is een vuur. Het gebeurt met jou, je bent eens overstuur, ontmoedigd en teneergedrukt om alles wat je toch niet lukt, Zoek dan die Regenboog, dat Heerlijke gebaar, soms in de lucht, soms in elkaar. Er zijn steeds ogen met een stralende glans, waarin zich zo'n boog laat ontdekken. En die met jou langsheen het wondere leven willen trekken. Het wordt een wandeling, een verre tocht, een mooi recht stuk, een scherpe bocht En tot je grote verbazing zie je nu die boog die je zo zocht : Hij bekroont de top, beloont het dal, de regenboog is overal. Stefaan de Wever |
||||